De kleine blonde dood - Boudewijn Büch

Hoewel de titel van het boek verwijst naar de zoon van de verteller, is dit eerder een boek over vaders, over de vader van de verteller en over de vader die hij zelf was, twee worstelende vaders: de ene met zijn verleden, de andere met zijn geaardheid. Ik mistte dan ook een doorleefde beschrijving van de zoon, maar besloot dat het hier om een afwezige vader ging, die het verdriet rond het verlies van zijn zoon niet helemaal kon beschrijven.

 

De auteur

Boudewijn Büch, geboren in 1948 en overleden in 2002, was naast schrijver  ook bekend van televisie. ‘De kleine blonde dood’ (1985) is zijn succesvolste werk. In 1993 werd het boek verfilmd. Het boek zelf is niet bekroond, de verfilming kreeg in 1993 een gouden kalf voor beste langspeelfilm.

 

Biografisch?

“Iedere gelijkenis van figuren in dit boek met bestaande personen moet worden beschouwd als een gelukkig of ongelukkig toeval” staat er voorin het boek te lezen, terwijl het hoofdpersonage Boudewijn heet, net als de auteur, en Büch tijdens zijn leven liet uitschijnen dat dit een autobiografisch werk was.

Na zijn dood is echter gebleken dat Büch nooit een zoon heeft gehad en dat ook andere beschreven passages verzonnen waren. Zo verbleef hij bijvoorbeeld nooit in een gekkenhuis. Doordat Büch al deze verhalen bij leven wel voor waar vertelde, ontstaat er een vreemde mix van auteur en verteller. De auteur bleek in zijn eigen leven verteller te zijn.

Toen ik het boek de eerste maal las, vond ik dat Büch weinig te vertellen had over zijn zoontje om een vader te zijn. Toen ik daarna ontdekte dat het boek niet zo autobiografisch is als Büch liet uitschijnen, werd duidelijk waarom. Büch breekt hiermee het autobiografisch pact en laat mij als lezer bedrogen achter. Bij het autobiografisch pact doet de lezer de emotionele investering het vertelde verhaal voor waar aan te nemen, maar dat blijkt hier onterecht.

 

De cover die ik las spreekt niet zo sterk aan, die ziet er eerder klassiek uit. Een andere cover zou mij meer aanspreken. Deze bijvoorbeeld:

 

De titel sprak me wel sterk aan omdat die dramatisch is en ik graag drama’s lees. Hij kan op twee manieren gelezen worden: als de kleine blonde die dood is en als de dood die klein en blond is. In het verhaal komt de titel op een bepaald moment expliciet ter sprake in een conversatie tussen Mieke en Boudewijn:

"Als je zo doorgaat heb je straks niet alleen geen man, maar ook geen zoon meer. Je rijdt hem nog eens dood met al je gezuip. Soms schrik ik 's nachts wakker van het idee dat je een auto-ongeluk krijgt. En dan is die kleine blonde dood."

Miekes reactie is daarop:

"De kleine blonde dood, dat is een mooie boektitel."

 

Er staan 11 begincitaten in het boek, waarvan ik de volgende het meest interessant vind omdat die geïnterpreteerd kan worden als een verwijzing van het niet-autobiografisch zijn van het boek.

'Ik ben geen vader, en ik héb geen zoon

Niets dan een sage is zijn zacht bestaan.' Willem de Mérode

 

Verhaalopbouw en tijd en ruimte

Het verhaal begint in medias res, met een daguitstap van de jonge Boudewijn en de aanvaring met zijn vader die daarop volgt en heeft een gesloten einde: Boudewijns vader en Micky zijn allebei dood. Er worden in het boek twee verhalen door elkaar geweven: dat van Boudewijn als zoon (jaren ’50) en dat van Boudewijn als vader (jaren ’70). Er zijn 21 hoofdstukken, opgebouwd uit losse herinneringen. De eerste hoofdstukken gaan vaker over vroeger, de latere hoofdstukken meer over later, maar ook in de hoofdstukken zitten tijdssprongen. Sujet en fabel lopen dus niet gelijk.

Beide verhalen spelen zich af in Nederland, maar het eerste in een middenklassengezin, het tweede in een artistieker milieu.

 

Verteller

De verteller is een externe autodiëgetische verteller en een vertellende ik-verteller. Dit hangt samen met het pseudo-autobiografische karakter van het verhaal. Los van het onwaar zijn van het autobiografische karakter is de keuze voor een ik-verteller zeker gepast in dit verhaal, omdat je zo kan aanvoelen hoe het is voor een jongen om een getormenteerde vader te hebben. Niet alles weten, maakt net deel uit van het drama en het onbehagen. Wat het verhaal als vader betreft, lijkt de ik-persoon heel weinig te weten als vader.

 ’Waarom mag ik je geen papa noemen? Alle kinderen op school noemen hun vader papa. Waarom moet ik jou Boudewijn noemen?’

‘Je moet niets, Mick. Maar papa vind ik zo officieel. Ik ben meer je vriend.'

’Had jij wel een echte vader?’

Sprakeloos zat ik naast hem.

‘Noemde jij hem “papa”?’

‘Zoiets, ja.’

Hij stond op. ‘Ik zou ook een papa willen hebben. Mama zegt dat jij dat bent.’

‘Dat ben ik ook.’

‘Niet waar. Ik moet jou Boudewijn noemen. Dat is iets anders dan “papa”. Jij zegt dat je mijn vriend bent. Ik wil een vader.’

 

Motieven

Boudewijn en zijn vader hebben, ondanks zijn vaders gekte, een goede band. Eén van de dingen waar ze het samen over hebben zijn vlinders. Boudewijns vader verzamelt ze. Het is door het volgen van een vlinder dat Boudewijn op een schoolreisje op Duits grondgebied terechtkomt, wat zijn vader in woede doet ontsteken. Reisjes zijn een tweede motief en iets wat Boudewijn zowel met zijn vader als met zijn zoon bindt. Een derde motief zijn de feestdagen waarop Boudewijns vader vaak gek wordt. Gekte is net als drank en begonia’s een vrij motief. De vader-zoon relatie en de dood zijn ten slotte de twee belangrijkste motieven. Zowel de kleine blonde Micky, het goede, als de donkere Rainer, Boudewijns vader en ‘het slechte’ gaan uiteindelijk dood. Ook hierbij past één van de begincitaten.

Liefde (of geen liefde), en ouder worden, en dan de Dood. Gerard Reve

Dat alles uit elkaar valt zoals zijn zoontje in as, is een terugkerend thema in het werk van Büch.

 

Personages

Boudewijn en zijn vader en moeder zijn volle personages. Boudewijn zelf is echter het enige dynamische personage, zijn ouders zijn statisch. Mickey en Mieke zijn alletwee types: type ‘het kind’ en type ‘de zatte moeder’.

 

Spanning

Het verhaal is nooit echt heel spannend al wil je als lezer in het begin wel weten wat er met Boudewijns vader aan de hand is en vraag je je op het einde ook wel af hoe het met Mickey zal aflopen. In beide gevallen weet je dat er iets aan de hand is, maar niet meteen wat precies.

 

Stijl en taal

Het verhaal is in een heel realistische stijl geschreven en daardoor vlot toegankelijk.