Het Grote Misschien - John Green

Korte inhoud

Miles besluit op zijn 16e op kostschool te gaan. Dat hij thuis geen vrienden heeft en dat zijn papa ook op kostschool heeft gezeten zijn factoren die zijn keuze misschien mee beïnvloeden, maar de echte reden voor hem is dat hij op zoek wil naar een ‘groot misschien’. Op kostschool krijgt Miles een kamer toegewezen bij Chip, bijnaam ‘de kolonel’. Zo raakt hij met de kolonel en diens vrienden, Alaska en Takumi, bevriend. Samen studeren ze, maar doen ze ook alles, of toch bijna alles, wat Miles van zijn vader niet mocht doen: drinken, roken, drugs gebruiken. Zo gaan de dagen en seizoenen voorbij en wordt er haast onmerkbaar afgeteld naar ‘iets’. Na dat ‘iets’ krijgt Miles’ zoektocht naar het Grote Misschien een hele nieuwe betekenis.

 

Het verhaal speelt zich hoofdzakelijk af in een kostschool in Alabama in de jaren 2000. Hoofdthema van het boek is ‘lijden’, al klinkt dat veel zwaarder dan het boek is.

 

Appreciatie

Er worden in het boek heel wat grote thema’s aangesneden: schuld, trouw, de dood, … zonder dat het verhaal ooit te zwaarwichtig wordt, omdat het verhaal ook gewoon gaat over samen stiekem sigaretjes roken, slecht of lekker eten in de kantine en videospelletjes spelen. Het is daarom een ideaal boek voor adolescenten: herkenbaar en ontspannend (en misschien ook inspirerend als het gaat over de streken die ze uithalen) voor complexloze jongeren, maar met  een diepere laag voor jongeren die daarnaar op zoek zijn.  Ik bleef als volwassen lezer niet met nieuwe inzichten of prikkelende vragen achter, maar ik kan me voorstellen dat dat bij jongeren wel zo is.

Al is die herkenbaarheid er niet helemaal. De 16-jarigen in het boek lijken wat vrijheden betreft eerder op 18-jarige kotstudenten bij ons: ze mogen autorijden, op kot, voor hun eigen eten zorgen, al is er toch ook steeds het wakende oog van de ‘adelaar’ op school.

John Green slaagt er in de juiste toon te vinden voor jongeren: nooit is hij belerend. Ik slaakte zelf één klein zuchtje van verveling bij een zoveelste drink- of rooksessie, maar ik vermoed dat dit voor jongeren niet stoort. Het verhaal is qua structuur ook knap opgebouwd, spanning, ontspanning en reflectie wisselen elkaar af in twee grote delen, één ‘ervoor’ en één ‘erna’.

De karakters van de Kolonel en Alaska zijn sterk uitgewerkt, de lezer krijgt over hen achtergrondinformatie en inzicht in hun gevoelens en beweegredenen. Het hoofdpersonage zelf vind ik iets minder uitgewerkt, hij ondergaat de gebeurtenissen eerder dan ze mee te bepalen, al kan ook dat een karaktertekening zijn natuurlijk. En wat zijn karakter betreft blijf ik dan toch met een vraag zitten: wat doet het met een jongere om tot zijn 16 geen vrienden te hebben en daarna wel?